Terug
22 May 2007
By on 12:26

In de trein op station Arnhem liggen maar liefst vier gratis ochtendkrantjes. Naast Metro en Spits! zijn er nu ook Dag en De Pers. Ik waag een poging om me in het Nederlandse nieuws te verdiepen. Er moet toch meer zijn dan verhalen over ontsnapte gieren en gorilla’s? Als het me vijf seconden kost om het woord ‘kinimplantaat’ goed te lezen, leg ik het blaadje onder mijn voeten op de stoel tegenover mij en staar naar het platte land van Rijn en Waal dat in een kwartier aan mij voorbijtrekt. Ik ben zo moe, zo moe – van de reis en de jetlag en het gemis, en het is hier om half tien nog licht dus ik kom nooit in slaap.
Waarom ga ik ook alweer op sollicitatiegesprek?
Op station Nijmegen sluit ik aan in de rij bij de loketten voor een buskaart. Tevergeefs. ‘Dan moet je bij de Bruna wezen, want die mag ik allang niet meer verkopen’, vertelt de besnorde medewerker me met een zuidelijk accent. Ook de boekhandelaar heeft een zachte ‘g’: ‘Die zijn uitverkocht. Ik heb alleen nog hele grote, van vijfenveertig strippen’, en hij spreidt zijn handen om aan te geven dat zo’n buskaart echt heel erg lang is.
De ontmoeting vindt plaats op de zolder van een gerestaureerd klooster. Met minder hoef je ook geen genoegen te nemen in een stad die claimt de oudste van het land te zijn. In Nieuw-Zeeland staat om de zoveel kilometer een bord langs de weg dat verwijst naar een ‘historic place‘. Volg je de pijlen, dan kom je bijvoorbeeld uit bij een betonnen brug van honderdvijftig jaar oud. Trots bord erbij. Dan Nijmegen.
De directeur van het tekstbureau toont me het project waarvoor hij een redacteur zoekt. Ik blader het vrolijk gekleurde bundeltje papieren en de bijbehorende docentenmap door.
‘Begrijp ik goed dat dit boek wordt vernieuwd?’, vraag ik.
‘Ja’, antwoordt hij. ‘Deze methode wordt volledig herzien.’
O ja, methode. Herzien. Uitgeversjargon – het is alweer anderhalf jaar geleden dat ik dat voor het laatst hanteerde. Wat is er veel gebeurd in de tussentijd.
‘Wat zoek je in een bedrijf?’, onderbreekt de directeur van het tekstbureau mijn gemijmer.
Ik denk aan de bidstond op vrijdagmiddag, de gezamenlijke maaltijden, kinderen van collega’s die in de keuken hun nieuwe gameboy komen laten zien. De man staat op, roert in zijn koffie en denkt vast aan alle belangrijke afspraken en handelingen die vandaag op zijn ‘to do’-lijstje staan. Tijd is geld.
Geld – dat is ook een begrip van anderhalf jaar geleden. Werken tegen kost en inwoning; ik kan het iedereen aanraden.
Zijn vraag is legitiem en was te verwachten, maar vandaag kan ik niets beters verzinnen dan het tenenkrommende: ‘Ik voe me thuis bij een down-to-earth-mentaliteit.’
De directeur lacht: ‘In goed…’
‘Nederengels’, maak ik zijn zin af.
En dat is precies wat het is. Ik bevind me tussen twee culturen. Ben een vreemde in mijn eigen land en struikel over de Nederlandse taal, mijn geliefde vak.

Het gesprek wordt morgen vervolgd.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*


*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>